Zorginstellingen, jeugdhulpinstellingen en Veilig Thuis-instellingen leggen ieder jaar verantwoording af over hun prestaties. Deze verplichting geldt onder andere voor zorgaanbieders die onder de Wet toelating zorginstellingen en de Jeugdwet vallen.

Zorginstellingen

Alle zorginstellingen die onder de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) vallen, moeten jaarlijks verantwoording afleggen. Dit zijn instellingen die geld besteden uit de Zorgverzekeringswet en/of de Wet langdurige zorg en verlenen er ten minste 2 personen namens deze instelling de zorg .

Jeugdhulpinstellingen

Binnen de jeugdhulp leggen deze aanbieders jaarlijks verantwoording af:

  • instellingen voor jeugdhulp;
  • jeugdbescherming/reclassering (gecertificeerde instellingen);
  • particuliere Justitiële Jeugdinrichtingen.

Solistisch werkende jeugdhulpaanbieders zijn vrijgesteld van de jaarverantwoording zorg.

Veilig Thuis-instellingen

Veilig Thuis-instellingen (advies- en meldpunten huiselijk geweld en kindermishandeling) leggen sinds 2015 verantwoording af. Dit onderdeel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Soms worden Veilig Thuis-taken uitgevoerd door instellingen die ook andere taken hebben. In dat geval legt de overkoepelende instelling verantwoording af.

Combinatie-instellingen zorg en jeugdhulp

Sommige instellingen bieden een combinatie van zorg en jeugdhulp. Hoe deze combinatie-instellingen zich moeten verantwoorden staat bij Jaarverantwoording Zorginstellingen.

Geen WTZI-zorg verleend?

Heeft uw zorginstelling een WTZi-toelating en heeft u een heel verslagjaar geen zorg verleend, dan moet u de toelating laten intrekken. De toelating kan ook namens de minister worden ingetrokken door het CIBG. Er kan altijd een nieuwe toelating worden aangevraagd. Het is vanaf verslagjaar 2017 niet meer mogelijk om beperkt te verantwoorden.